De Zoutkamper Pinksterfeesten en Vlaggetjesdag

De Pinksterfeesten van Zoutkamp is het meest karakteristieke en langst levende traditie van het dorp. Wat tegenwoordig bekendstaat als een feestelijk Pinksterweekend met kermis, muziek, feest en de intocht van de Garnalenkoningin, is in werkelijkheid het resultaat van een eeuwenlange ontwikkeling waarin volkscultuur, visserij, religie en internationale invloeden samenkomen.

Dit artikel heeft tot doel de Pinksterfeesten van Zoutkamp te beschrijven als immaterieel cultureel erfgoed. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de moderne vorm van het feest sinds 1959, maar ook naar de diepere historische wortels die teruggaan tot ten minste het begin van de achttiende eeuw. Door de ontwikkeling van het feest chronologisch te volgen en te vergelijken met soortgelijke gebruiken elders, ontstaat een samenhangend beeld van een traditie die voortdurend in beweging is, maar tegelijk sterk verankerd blijft in de identiteit van Zoutkamp.

De Pinksterfeesten in Zoutkamp vóór 1959

Lang voordat Vlaggetjesdag zijn intrede deed, waren de Pinksterdagen in Zoutkamp al een periode van levendigheid en vermaak. Kranten uit het begin van de twintigste eeuw spreken over grote drukte tijdens Pinksteren. Naast de kermis speelde een inmiddels verdwenen traditie een centrale rol: de meiboom.

Schoolmeesterrapport Simon Alberts Medum

Omdat de ‘Provinciale Commissie van Onderwijs’ informatie over de provincie Groningen in kaart wilde brengen, stuurde zij een enquête naar alle schoolmeesters met vragen over hun eigen dorp. Één van de reacties kwam in 1834 van Schoolmeester Medum [1] Bronvermelding
Link naar de pagina van de Groninger Archieven met de schoolmeestersrapporten
Schoolmeesterrapporten in de Groninger Archieven.
. Op de vraag welke vermaken er in Zoutkamp waren antwoordde hij:

De vermaken en uitspanningen zyn niet vele; alleenlyk op Pinster, wanneer het kermis is, dan vermaakt een ieder zich zoo goed hy kan en goedvindt, en er wordt dan ook veel geld verteerd.

In 1914 schreef het Nieuwsblad van het Noorden “Te Zoutkamp was het in vroegere jaren met het Pinksterfeest buitengewoon druk”. Dit ging vooral over de Zoutkamper meiboom dat tot 1900 een gebruik was. [2] Bronvermelding
Link naar een artikel van 30 mei 1914 in het Nieuwsblad van het Noorden op Delpher over Pinksterfeest in Zoutkamp met een meiboom
Delpher link naar krantenartikel Nieuwblad van het Noorden

In 1915 schreef  het Nieuwsblad van het Noorden dat naar aanleiding van de demping van de binnenhaven: “B. en W. adviseeren, om de kermis te Zoutkamp geregeld gehouden met Pinksteren, dit jaar niet te laten doorgaan.” [3] Bronvermelding
Link naar een artikel van 7 april 1915 in het Nieuwsblad van het Noorden op Delpher over annulering van het Pinksterfeest wegens werkzaamheden
Delpher link naar krantenartikel Nieuwblad van het Noorden

De meiboom

Tot ver in de 19e eeuw kende Zoutkamp, net als Schiermonnikoog zijn Kallemooi heeft, een “Meiboom”. Vele verhalen uit verschillende bronnen vertellen grofweg het zelfde verhaal.

De oudste referentie op geschrift vinden we wederom in het schoolmeestersrapport van Medum uit 1834:

Ook plaatsen de ongehuwden dan op een open plein, een oude scheepsmast met twee a drie lange dunne spieren er boven op, en met zydtouwen goed vastgemaakt, in het midden met eene groene struik, en een dwarslatje waaraan twee vlasschen en twee pijpen hangen, in den grond. Aan het boveneinde der bovenste spier wordt een yzeren ring vastgemaakt, en daardoor een dun lyntje gehaald, waaraan in de Pinsterdagen eene vlag wappert. Deze opgerigte paal, draagt by hun den naam Meiboom

In een artikel uit 1882 wordt de Zoutkamper meiboom ook genoemd. [4] Bronvermelding
Artikel in Onze Volkstaal van Taco H. de Beer over de meiboom in Zoutkamp.
Onze Volkstaal van Taco H. de Beer
In het boek ‘Nederlandsche volksgebruiken bij hoogtijdagen’ wordt geschreven over een verslag genaamd ‘Scholendinaer tot Soltcampe’ uit 1702. Deze bron hebben we echter (nog) niet kunnen controleren. Dit zou er in staan:

Als de tweede daghe van Pinksten, so men veiert dat Feste van de Colle Mooei alwaer een yder sichseer vroolick ende opgheweckt in begevet met sangh ende dansen.

Ook wordt er in kranten en boeken gesproken een haan in de mast en wordt de term Hoaneboom gebruikt. Het is onduidelijk of in Zoutkamp daadwerkelijk ooit een haan in de mast heeft gezeten. In oude geschriften komt het niet terug, wel worden Zoutkamp en Schiermonnikoog vak in één adem genoemd, wat verwarring zou kunnen veroorzaken. In elk geval stond dit in de Nieuwe Groninger Courant krant uit 1919: [5] Bronvermelding
Artikel in de Nieuwe Groninger Courant over de meiboom mét haan tijdens Pinksteren in Zoutkamp
Nieuwe Groninger Courant 27 juni 1919 over de meiboom te Zoutkamp

Aan een grooten tjalkmast werden enige naar boven steeds dunner wordende masten vastgesjord, te zamen ter lengte van ongeveer 30 meter, en in den top werd een groote Meidoorn vastgebonden (vandaar Meiboom). Daaronder werd op kleinen afstand draaibaar een horizontale sterke lat bevestigd. Aan het eene uiteinde daarvan hing men een mand, waarin een haan, die al voedsel voor een week meekreeg een half brood. Aan het andere eind der lat hing men een mand met flesschen of steenen. om het evenwicht te bewaren.

Alle vrijgezellen werkten mede en wie meehielp, mocht uit een der herbergen een flesch jenever halen. Een daarvoor aangewezen Persoon moest dan het meiboomgat graven, waaraan de aanwezigen meehielpen. Hij, die de eerste vlag aan een in den top aangebrachte schijf bevestigde mocht de lange vlaggelijn als zijn eigendom beschouwen. Tijdens de oprichting en gedurende de geheele feestweek speelde hoorn muziek. Op de bovenzaal van het hotel Broekema te Zoutkamp is nog het zoldertje aanwezig, waarop de muzikanten zaten.

De meiboom verloor volgens het artikel de belangstelling van het publiek, wat leidde tot ongehoorzaamheid en uiteindelijk een verbod:

De belangstelling in den Meiboom verminderde echter. Doch de laatste jaren van zijn bestaan hielpen zelfs vrouwen nog, om het oude gebruik in eere te houden. Ongeveer 60 jaar geleden werd de laatste Meiboom opgericht. Hij bleef veertien dagen staan, een week over den tijd en de overheid verbood in ’t vervolg het plaatsen.

Kallemooi

Het zou goed kunnen dat deze traditie is overgewaaid van Schiermonnikoog, waar Zoutkamp van oudsher nauwe banden mee heeft. Op Schiermonnikoog viert men nog altijd Kallemooi in de vorm zoals hier eerder beschreven in Zoutkamp. Het zou ook goed kunnen dat de tradities in beide havenplaatsen met elkaar wordt verward. In oudere teksten wordt niet eenduidig geschreven en zou het zowel over Zoutkamp als Schiermonnikoog kunnen gaan.
Wel duidelijk is dat we de meiboom hadden, buiten de krantenartikelen lijkt er geen bewijs te zijn voor een haan in deze mast.

Een meifeest?

Pinksteren zelf is natuurlijk geen meifeest maar een christelijke feestdag. Een Meifeest hoort op 1 mei gevierd te worden en Pinksteren valt regelmatig niet eens in mei maar ver in juni.

Pinksteren, afgeleid van het Griekse woord “pentekoste” dat “vijftigste” betekent, is een christelijke feestdag die 50 dagen na Pasen wordt gevierd. De vroegst mogelijke datum voor Eerste Pinksterdag is 10 mei.

Als we kijken naar de gebruiken tijdens het feest, met de meiboom en de bijdrage van de vrijgezelle heren, dan lijkt het weldegelijk op andere traditionele meifeesten. Ook de viering van het nieuwe visseizoen past hier goed bij. We vieren het alleen op het verkeerde moment.

Het verschuiven van de viering heeft waarschijnlijk te maken met de christelijke kerk, welke ‘heidense’ gebruiken zoals het meifeest probeerde uit te wissen door ze onder te brengen bij christelijke feesten, zoals het pinksterfeest. Al worden de bronnen wat dubieuzer. [6] Bronvermelding
Website over heidense gebruiken.

Een zelfde verschuiving zien we in Zoutkamp bij het ‘Sinterklaaslopen’. Dat is een gebruik met veel gelijkenissen aan Krampus, een mid-winterfeest dat in de Alpen-regio wordt gevierd. Het heeft niets met Sint Nicolaas te maken en zou oorspronkelijk tussen kerst en nieuwjaar gevierd zijn.

We kunnen concluderen dat onze Pinkstertraditie van oorsprong een Meifeest is. Het is het feest om het einde van de winter te vieren, het begin van de lente; een feest van vruchtbaarheid en voorspoed. [7] Bronvermelding
Wikipedia pagina over de meiboom

Wanneer dit feest precies in Zoutkamp is begonnen, of hoe strikt men hier was in de viering is helaas niet meer na te gaan.

Oorsprong vlaggetjesdag

Vlaggetjesdag zoals we dat vandaag de dag in Zoutkamp vieren doen we sinds 1959. Maar waarom is het zo als het is? Hoe komen we er aan en wie heeft het bedacht? We gaan op onderzoek en op reis om uit te vinden waar dit nou oorspronkelijk vandaag komt.

De eerste vlaggetjesdag in Scheveningen en Vlaardingen

Vlaggetjesdag in Scheveningen en Vlaardingen is het bekendste, maar ook het oudste visserijfeest van het land.  Het is de traditionele opening van het nieuwe haringseizoen. Het eerste vaatje haring gaat traditiegetrouw voor flinke prijzen onder de hamer

De tradities rond Vlaggetjesdag zijn vermoedelijk ontstaan in Vlaardingen in de 18e eeuw onder de naam Buisjesdag. De eerste vermelding daarvan is in een krantenartikel uit 1787 [8] Bronvermelding
Artikel over Buisjesdag, zoals vlaggetjesdag ook wel genoemd werd te Vlaardingen
Geldersche Historische courant 07-07-1787
. In die tijd viert men niet dat het eerste vaatje haring aan land komt, maar juist dat de schepen vertrekken voor het vissen op haring.

In 1950 wordt in Scheveningen het Comité Vlaggetjesdag opgericht en krijgt Vlaggetjesdag een permanent karakter. De zaterdag voor Pinksteren worden de schepen gepavoiseerd. Op zondag gebeurt er niks. Maar Tweede Pinksterdag bekijkt men de schepen die de volgende dag zullen uitvaren.
Daarnaast worden ook festiviteiten rond Vlaggetjesdag georganiseerd met muziek, een vlootrevue en vuurwerk.

Mieke Garnaal in Oosterduinkerke (BE)

De eerste Garnaalfeesten van Oosterduinkerke werden georganiseerd in de zomer van 1949 en wordt nog altijd ieder jaar gevierd.
Het evenement is een ode aan de zee in het algemeen en de garnaalvissers in het bijzonder. Uniek aan dit feest is de optocht van de garnaalvissers te paard naar Oostduinkerke-Bad. Te paard inderdaad, zo werd er vroeger op garnaal gevist daar. Het Garnaalfeest wordt meestal begin juni gehouden.

Tijdens het feestweekend wordt ook de nieuwe ‘Mieke Garnaal’ aangesteld. Mieke Garnaal is een plaatselijk jongedame die een jaar lang de het gezicht is van de garnalenvisserij mag zijn. Ze wordt vergezeld door twee eredames.
Deze traditie is in gebruik sinds 1955, toen Jeannine Geryl als eerste Mieke Garnaal werd gekozen. [9] Bronvermelding
Mieke Garnaal in Oosterduinkerke sinds 1955

Het feest en de functie Mieke Garnaal is een stuk informeler dan hoe wij het in Zoutkamp en Termunterzijl altijd hebben gedaan. De nieuwe Mieke werd de avond ervoor pas aangewezen en na de feestelijkheden zat haar taak er weer op.

Vlaggetjesdag Termunterzijl

Veel dichter bij huis in Termunterzijl vierde men in 1958 hun eerste Vlaggetjesdag. Een feest ter promotie van de visserij en de garnaal. Hier was een Garnalenkoningin met maar liefst tien hofdames.

De initiator van dit feest was de burgemeester Tammo Jan van Kampen. In 1958 lanceerde hij het idee van een vlaggetjesdag. Samen met Harm B. Wezeman, voorzitter van visserijvereniging ‘De Dollard’ zette hij de lijnen uit voor de eerste vlaggetjesdag. Ze lieten oud-sluismeester-machinist en dorpsdichter Allert Jan Dik een visserslied maken. Zijn zoon Harm Geert Dik, de huidige sluismeester-machinist kreeg de opdracht een troon te creëren en een rede te schrijven. [10] Bronvermelding
No linkTitle provided

Het feest in Termunterzijl werd eind maart gehouden, ter viering van het begin van het visseizoen. In de winter werd er vroeger niet gevist en werd er dus niets verdiend. In maart kon de vloot weer naar zee en kwamen er dus weer betere tijden aan. Overigens werd in 1958 al wél ’s winters gevist, die viering was dus vooral symbolisch.

De vlaggetjesdagen waren geen lang leven beschoren. Na vijf edities kwam er alweer een eind aan dit feest. De economische ontwikkelingen in de bedrijfstak en het teruglopende aantal vissers maakten een grootschalig feest niet meer in overeenstemming met de feiten van alledag. Daarnaast had Termunterzijl het populaire evenement ‘Bootjezaailen’ ook nog.

De eerste vlaggetjesdag Termunterzijl

Op 29 maart 1958 vond de eerste Vlaggetjesdag plaats in Termunterzijl. Het werd gehouden in hotel Wolf aan ’t Ziel. Daar heette de burgermeester de genodigden welkom en vervolgens kwam de Garnalenkoningin met haar gevolg kwamen de zaal binnen. De Winschoter Courant schreef: “De charmante koningin (de negentien jarige Betsy Wezeman uit Termunterzijl), gehuld in een droom van een witte jurk en een prachtig ‘omslag-net’ om haar schouders geslagen, sprak een gedicht van de heer Dik jr. uit, waarin zei het visseizoen voor geopend verklaarde”. [11] Bronvermelding
Winschoter Courant 1958 over vlaggetjesdag Termunterzijl

Na dit plechtige moment vertrok de vloot met de Garnalenkoningin richting Emden, waar ze ook een korte plechtigheid onderging. Na afloop ging de vloot weer terug naar Termunterzijl voor een feestelijk vervolg.

De gelijkenis tussen de eerder genoemde Mieke Garnaal uit Oosterduinkerke en deze Garnalenkoningin zijn duidelijk. Net als de gelijkenissen tussen vlaggetjesdag Scheveningen en vlaggetjesdag Termunterzijl. Het is daarom niet ondenkbaar dat de organisatie van Termunterzijl hier een eigen draai aan heeft gegeven, precies wat de organisatie van Zoutkamp uiteindelijk ook deed bij Termunterzijl.

Overige vlaggetjesdagen rond Termunterzijl

Betsy Wezeman is twee jaar koningin geweest. Deze tweede editie van vlaggetjesdag werd gehouden in Delfzijl, omdat visserijvereniging `De Dollard` een vereniging was voor zowel Termunterzijl als Delfzijl. In dit jaar deden ook de vissersknapen met schepnetjes hun intrede. Dit was overigens nog altijd vóór de eerste Zoutkamper vlaggetjesdag.

De derde vlaggetjesdag van Termunterzijl, op 2 april 1960, werd gevierd met een vaartocht naar de Stad Groningen in plaats van naar Emden. Dit was samen met de vissers van Zoutkamp en Usquert. Hier werd ook de nieuwe Garnalenkoningin van Termunterzijl, Siny Oosterveld, gekroond (alias Lauwadonia). Zoutkamp vierde dat jaar ook nog zelf haar tweede vlaggetjesdag.

In 1961 had Siny Oosterveld haar tweede vlaggetjesdag, dit keer weer ‘gewoon’ in Termunterzijl. De vloot zette weer koers naar Emden.

In 1962 werd er wederom koers gezet naar Groningen, dit keer alleen door de vloot van Termunterzijl en met een nieuwe naam: De Eemsmondvisserijschouw. Hier werd Antje Dijkema gekroond als nieuwe garnalenkoningin. Na dit eerste lustrum bleek de rek uit het feest en kwam er geen direct vervolg. [12] Bronvermelding
Nieuwsblad van het Noorden 1962 over de vlootschouw in Groningen

Pas in 1977 werd er weer een vlaggetjesdag georganiseerd door de Eemsvissers van visserijvereniging `De Dollard`. Net als 1962 in Groningen, maar nu tijdens Koninginnedag op 30 april.

In 1991 werd de traditie voor de laatste keer gehouden, dit ter ere van de tweede editie van DelfSail in Delfzijl. Hier werd Johanna de Eerste gekroond tot Garnalenkoningin. [13] Bronvermelding
No linkTitle provided

Samenwerking met Smögen (ZWE)

Een bijzondere aangelegenheid was de samenwerking met het Zweedse havenplaatsje Smögen, zo’n 600km noorderlijker. Op verzoek van de visserijvereniging in Smögen kwam Antje Dijkema in 1962 op ambts-bezoek om daar Lena Sjöwall als eerste Garnalenkoningin te kronen.

Een jaar later kwam de nieuwe Garnalenkoninging van Smögen, Gundel Ohlin naar Termunterzijl. Er was toen al geen vlaggetjesdag meer, maar er is hard gewerkt om het Bootjezaailen toch een beetje op vlaggetjesdag te doen lijken.

De moderne Pinksterfeesten (1959–heden)

De Pinksterfeesten zoals die vandaag de dag in Zoutkamp worden gevierd, kregen hun huidige vorm in 1959. In dat jaar werd voor het eerst een georganiseerde Vlaggetjesdag gehouden, met als herkenbare elementen de Garnalenkoningin, het koninginneschip, de gepavoiseerde vissersvloot en een publiek programma van toespraken en festiviteiten.

Een centrale rol bij de oprichting speelde de Zoutkamper huisarts Dr. Que [14] Bronvermelding
De Verhalen van Groningen over Dr. Que.
. Samen met een comité van betrokken dorpsgenoten zette hij zich in om bestaande visserijtradities en feestvormen te bundelen tot een samenhangend evenement. Daarbij werd nadrukkelijk gekeken naar vergelijkbare feesten elders, met name in Termunterzijl, maar het resultaat kreeg een uitgesproken Zoutkamper karakter.

Locatie

Het oorspronkelijke feestterrein bevond zich bij de vishal en het toenmalige P.Z.V.B.-gebouw (nu de Garnalenafslag), met daartussen het open terrein waar tegenwoordig de gekleurde huisjes staan. De vissersschepen lagen tijdens Vlaggetjesdag met de boeg naar de kade, waardoor de vloot letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het feest vormde. Bij de vishal was een podium ingericht voor toespraken en optredens.

Na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 verloor de vishal haar oorspronkelijke functie, maar de activiteiten bleven trouw bij de voormalige vishal.
Na 1982 verplaatste het evenement naar de dam en de binnenhaven. Jachtbouwer Gruno verbouwde dat jaar de voormalige vishal om tot een nieuwe jachtwerf, waardoor het de vishal en de symbolische betekenis er van verdween.
In de binnenhaven waren bovendien meer mogelijkheden voor activiteiten en kon de horeca beter aansluiten bij de festiviteiten.

Op het Dorpsplein was een kleine kermis bestaande uit een schiettent en een draaimolen, welke later op de dag kon worden omgebouwd tot zweefmolen.

Vlootschouw

Een vast en beeldbepalend onderdeel van Vlaggetjesdag is de vlootschouw. In de ochtenduren worden de gepavoiseerde vissersschepen gekeurd op onderhoud, tuigage en netten. Deze keuring heeft een symbolische én praktische betekenis en benadrukt het vakmanschap van de vissers.

Tijdens de vlootschouw wordt tevens het koninginneschip aangewezen: het schip dat de Garnalenkoningin mag ophalen en haar, begeleid door de rest van de vloot, naar Zoutkamp brengt. Deze bekendmaking is doorgaans om 11 uur voor het podium. De schipper van het koninginneschip ontvangt ook de vlag die bij de prijs hoort.

Het ophalen van de Garnalenkoningin

Naar Electra

In de beginjaren werd de Garnalenkoningin opgehaald vanuit Electra. Tot 1969 was de Reitdiepssluis de afsluiting tussen de Lauwerszee en het Reitdiep en was schutten om de zee op te gaan geen optie, dat duurde immers veel te lang.

Het koninginneschip vertrok eerder dan de rest van de vloot. In Electra ging de Garnalenkoningin met haar gevolg aan boord. De overige schepen volgden later en keerden gezamenlijk terug richting Zoutkamp.

In 1982 werd deze route opnieuw eenmalig gevaren, vanwege een tijdelijke pontonbrug bij de sluis. Tegenwoordig is het varen naar Electra met de volledige vloot niet meer haalbaar, doordat de schepen groter zijn geworden en daardoor te diep liggen.

Naar het Lauwersmeer

Sinds de afsluiting van de Lauwerszee vaart de vloot tijdens Vlaggetjesdag het Lauwersmeer op. Deze route werd in 1970 voor het eerst gevaren en geldt sindsdien als vaste traditie. De tocht is dan een symbolisch eerbetoon aan de Lauwerszee van weleer.

De Garnalenkoningin en haar gevolg worden door het koninginneschip opgehaald uit Oostmahorn. Op het moment dat het koninginneschip de terugtoch begint, vaart de vloot uit Zoutkamp ook uit. Halverwege het meer ontmoeten de schepen elkaar en dan varen gezamenlijk terug naar de haven van Zoutkamp.

Garnalenkoningin en Hofhouding

De Garnalenkoningin wordt ieder jaar gekozen door een kleine commissie binnen het Vlaggetjesdag comité. Buiten de toekomstige Garnalenkoningin en de commissie weet niemand wie het wordt of wie er gevraagd zijn.

Op welke dame de keuze valt is lastig te zeggen. Er zijn wel wat richtlijnen; zo moet ze een band hebben met de visserij en wonen in Zoutkamp. Ze moet volwassen zijn en redelijk welbespraakt. Buiten deze ‘eisen’ moet de dame in kwestie zelf ook willen.

Naast de Garnalenkoningin is er een bloemenmeisje een aantal hofdames en een aantal vissersknapen. Ze weten van elkaar niet wie wat is, ook dat wordt pas duidelijk in de ochtend van de tweede pinksterdag.

Het bloemenmeisje is een meisje van lagere school leeftijd. Ze daagt de bloemen voor de Garnalenkoningin.

De hofdames zijn dames van middelbare school leeftijd. Ze vergezellen de Garnalenkoningin tijdens haar intocht en tijdens speciale gelegenheden. In de eerste jaren waren er vier hofdames, dit is in de jaren 80 teruggebracht naar twee.

De vissersknapen zijn jongens van lagere school leeftijd. Ze maken de hofhouding compleet. Ze dragen mutsen, een visserstrui en hebben een schepnet bij zich. Het is tegenwoordig niet ongewoon dat er ook meisjes vissersknaap zijn.

Prins Garnaal

Een bijzondere vermelding is nog nodig voor de “Prins Garnaal”. In een poging om de traditie iets inclusiever te maken werd in 2004 Paul Broelman gekozen als Prins Garnaal. Alhoewel Paul zijn ambt met verve vervulde sloeg de nieuwe toevoeging niet aan en kreeg het geen vervolg.

De Ceremonie

Direct na aankomst in Zoutkamp draagt de Garnalenkoningin haar troonrede voor op het podium. Hierna is het de beurt aan andere prominenten, meestal de burgemeester en de voorzitter van het feest.

Tijdens de ceremonie worden ook prijzen uitgereikt voor de mooiste schepen en mooiste machinekamers. De Tjeerd Dussel bokaal, ook wel de zifselbokaal, wordt al op vrijdag uitgereikt.

Na dit officiële deel van het programma zet het feest zich weer voort. Lang werd er door diverse grote muziekkorpsen optredens gegeven.

Hier is in de moderne opstelling echter geen ruimte voor. Jaren lang was er ná de ceremonie geen vervolg van het programma op maandag.
Tegenwoordig treden er weer artiesten op, zoals Burdy en in 2025 Wat Aans.

Kermis

De kermis is al eeuwenlang onlosmakelijk verbonden met Pinksteren in Zoutkamp. In een schoolmeestersrapport uit 1834 wordt zij expliciet genoemd. De kermis bevond zich destijds op de ‘aan de herberg gelegen pleintje’. Die herberg was hotel Broekema, ofwel hotel De Zeearend ofwel hotel Het Reitdiep. Het pleintje was simpelweg het Dorpsplein. Belangrijk om te realiseren is dat de binnenhaven in de huidige vorm nog niet bestond. Het hotel stond aan de dijk, aan het water.

Aanvankelijk bestond zij uit een eenvoudige draaimolen voor kinderen, die ’s avonds werd omgebouwd tot zweefmolen.

In 1969 werd, mede om de gevolgen van de afsluiting van de Lauwerszee te verzachten, een ‘groot lunapark’ (mooie naam voor kermis) naar Zoutkamp gehaald. Dit groeide uit tot de moderne kermis zoals die vandaag de dag nog altijd een vaste onderdeel is van het Pinksterfeest.

Vuurwerk

Sinds 1961 wordt vlaggetjesdag en daarmee het pinksterfeest afgesloten met een groots professioneel stuk vuurwerk. Laat in de avond loopt het dorp uit naar de dijk om daar een goed uitzicht te hebben op het prachtige schouwspel. Het vuurwerk begon stipt om 22:30 op de pinkstermaandag.

In recentere jaren is het vuurwerk verplaatst van de maandag avond, naar de zaterdag avond om 23:00.

Jaarmarkt

Sinds 1980 wordt tijdens vlaggetjesdag een braderie georganiseerd. De braderie geniet grote belangstelling en trekt nog altijd vele bezoekers.

De braderie heet nu de ‘jaarmarkt’ en is nog altijd niet weg te denken van het programma.

Feest en muziek

Naast het ceremoniële en traditionele karakter kende het Pinksterfeest altijd ook een uitgesproken feestelijke kant. In het P.Z.V.B.-gebouw – later P.K.W., Rostrum en tegenwoordig Garnalenafslag Zoutkamp – werd vanaf het begin van de jaren zestig een gevarieerd programma aangeboden. Bekende artiesten, variétégezelschappen en kinderacts traden er op.

Door de jaren heen levert dat een indrukwekkende lijst op:

1962 Coos van den Velde en Connie van den Bosch
1963 Herman Rinket’s Variete met: Willy Vervoort, Rita Corita en Annie de Reuver.
1964 Herman Rinket’s Variete met: Frans van Dusschoten, de Selvera’s, Annie de Reuver, de Spelbrekers, Peter Oran en Willy Weits.
1965 Herman Rinket’s Variete met: Rita Corita, Bueno de Mesquita, Imca Marina, Rene van Vooren, Martin Tonelly, Atie van Paare en Willy Weits met zijn Baldwinorgel.
1966 Trea Dobbs, Ronnie Tober, Tonny Leerink.
1967 Swiebertje en Bromsnor. De Mounties, Conny van Bergen en André Carrel.
1968 Pipo de Clown en Mama loe. Jan Blaaser, André van Duin en Ria Valk.
1969 Klukkluk en zijn vriendjes, John Woodhous, Sjakie Schram, Tonny Leerink.
1970 Anton Gesink met judo demonstratie. Ben Cramer, Conny van Bergen, Johnny Jordaan en Peter Piekos.
1971 De Mounties Show “Everybody Happy”
1972 AVRO’s TOP-POP bij PZVB en Livin’Dream in de Zeearend
1973 Het Cocktailtrio, Marty, Ben Kramer en The Scarlet Pimpernels. (dit was bij de vishal)
1974 Vader Abraham, zangeres Mieke en Showballet.
1979 Dizzy Man’s Band.
1981 Normaal, Delta Disco Show
1983 Drukwerk in de betonninsloods
1984 Drukwerk in de betonningloods

In 1982 opende het Veronica schip “De Norderney” haar deuren als discotheek te water.

Als we het over feest hebben kunnen we Gerrit Arkema alias “Billeke de Beer” niet overslaan. Gerrit, later de uitbater van het Kegelhuis zette een aantal jaren een grote feesttent neer op het haventerrein. Hier kwamen ook grote namen in de tent:

1987 Disco Show met Louis van der Tuin, Centerfold en Playback Show.
1988 BZN en Normaal in feestent
1989 Barbarella, Corry Konings en Bertus Staigerpaip

Volksvermaak en activiteiten

Tijdens het pinksterweekend worden al vanaf de eerste edities vele activiteiten georganiseerd.

Vaak hadden de activiteiten een -hoe kan het ook anders- maritiem karakter. Zo konden de deelnemers broekspijp, brandslang of parasol hangen, waren er een wedstrijden gieklopen en werd ‘Fiets hem er in’ gehouden.

De brandweer

De Zoutkamper brandweer pakt ook elk pinksterfeest haar moment. Sinds de jaren 1980 tot 2007 verzorgde de brandweer een keur aan demonstraties van alle facetten die het brandweer vak te bieden heeft.

In 2008 is de brandweer wegens tegenvallende bezoekers bij de demonstraties overgestapt naar roei wedstrijden. Eerst in de Hunemanhaven, en later in de binnenhaven. De wedstrijden waren ieder jaar een groot succes totdat er na Corona en vreselijk weer op zaterdag voor een natuurlijk einde zorgden. Er was geen ruimte meer in de haven en één van de bootjes was inmiddels verkocht.

Vanaf 2024 organiseert de brandweer viskisten stapelen in de haven voor het podium.

Bestuurlijk

De Zoutkamper huisarts Dr. Que, Lubbert Lap, Alie Bolt, Jozef Blom, Heine Lindemulder, Siene Postma en Andries Postma zaten het eerste vlaggetjesdag comité.

In 1967 werd Dr. Que ziek en op 18 oktober van dat zelfde jaar overleed hij. Na het overlijden van Dr. Que nam Jozef Blom het voorzitterschap over. In de loop der jaren opgevolgd door Marjet Ockels, Gaele Postma en de huidige voorzitter: Jaap Wieringa.

Het vlaggetjesdag comité stopte na vlaggetjesdag 1976 en de organisatie werd na een afwezigheid van 3 jaar (1977, 1978, én 1979) opgepakt door Stichting Dorpsbelangen Zoutkamp. Dorpsbelangen heeft het feest tot haar einde verzorgd,

Op 15 november 1990 werd de Stichting Vlaggetjesdag Zoutkamp opgericht door Marjet Ockels, Winfried Filbach en Adrie Broere. Dit is nog altijd de actieve stichting achter het Zoutkamper Pinksterfeest.

Vóór de oprichting van deze stichting was Stichting Dorpsbelangen Zoutkamp verantwoordelijk van de organisatie, sinds 1980. Dorpsbelangen had het feest na een afwezigheid van 3 jaar (1977, 1978, én 1979) in ere hersteld nadat het initiële comité er mee was gestopt.
Dorpsbelangen heeft het feest laten uitgroeien tot een volledig weekend.

Groei en ontwikkeling

Aanvankelijk was Vlaggetjesdag een eendaags evenement op Tweede Pinksterdag. Het succes onder zowel inwoners als bezoekers leidde in 1972 tot uitbreiding met een tweede dag op de zaterdag vóór Pinksteren. De zondag fungeerde daarbij als rustdag, wat resulteerde in een tweedaagse kermis.

Een aantal jaar later kampt het feest toch met de nodige problemen. Bezoekersaantallen lopen terug en de vissers kunnen het feest niet goed meer financieel dragen. Na de editie van 1976 besloot het comité dan ook te stoppen met de organisatie van het feest.

Stichting Dorpsbelangen Zoutkamp kwam ook juist in 1976 met een nieuw evenement; “Feestweek Zoutkamp” wat in begin september plaatsvond en los stond van Vlaggetjesdag. Hier kwamen ook artiesten van naam zoals Rob de Nijs.
Het jaar er op, in mei 1977 werd door dezelfde Stichting de “Zoutkampweek” georganiseerd, een week vol maritieme activiteiten dat liep van Hemelvaart tot Pinksteren.

Zo bleef er rondom de pinksterdagen genoeg vertier in Zoutkamp, en bleef het dorp ook zonder vlaggetjesdag mensen trekken dat weekend.

In 1980 werd Vlaggetjesdag officieel nieuw leven ingeblazen door de Stichting. Met hernieuwde energie en een bredere inzet van vrijwilligers werd het programma uitgebreid. Zo werd de vrijdag toegevoegd, waardoor het Pinksterfeest uitgroeide tot een driedaags feest, met Vlaggetjesdag op maandag als traditioneel hoogtepunt.

Kerkelijke weerstand

Lange tijd bestond er weerstand vanuit de kerk tegen festiviteiten op zondag. De zondag werd beschouwd als rustdag, waarop vermaak ongepast zou zijn.
Pas in 1991 veranderde de regelgeving. Door het ontstaan van gemeente De Marne werden de regels van gemeenten Leens, Eenrum, Ulrum en Kloosterburen gelijkgetrokken. Dit betekende dat de kermis op wél zondag open mocht, maar pas na afloop van de kerkdienst. Als reactie hield de kerk de dienst later, zodat de kermis alsnog pas om 15:30 open kon.

In 2010 verviel ook deze beperking. Daarmee kreeg de zondag definitief een volwaardige plaats binnen het Pinksterprogramma.

Bijzondere edities

Vlaggetjesdag in Stad Groningen

Om de Visserij en de Garnaal verder te promoten werd in 1960 een Vlaggetjesdag georganiseerd in de Stad Groningen. Zo’n 60 kotters van Termunterzijl, Delfzijl, Usquert en Zoutkamp kwamen in de ochtend aan in de Stad, met muziek, vis en garnaal aan boord. Er werden o.a. demonstraties garnalenpellen gegeven en er waren toespraken van burgemeesters van Groningen en Ulrum.

Naast de feestelijkheden werd er ook in Groningen een heuse Garnalenkoningin gekozen. De Garnalenkoningin werd Siney Oosterveld, een jongedame uit Termunterzijl. Ze koos de alias “Lauwadonia”, een samenvoeging van de namen Lauwers, Wadden en Dollard, en haar prinsessen “Favonia” en “Borea”. Ook waren er hofdames en visserknapen.

In 1962 werd er wéér een Vlaggetjesdag gehouden in de Stad. Dit keer alleen door vissers uit de gemeente Eemsmond.

Geen vlaggetjesdag

We kennen ook een aantal jaargangen waarin het feest door omstandigheden niet door kon gaan:

1977–1979 Wegens gebrek aan belangstelling en financiële problemen.
2001 Wegens MKZ
2020-2021 Wegens COVID-19

Dankwoord

In willekeurige volgorde:
Ginus Oortwijn
Janna Hulshof
Jan en Marja Oostindiën
Gea Oosterhuis
Stephanie Muller
Edo Wezeman
Peter en Astrid Postma
Betty en Gerrit Arkema
Koert Sterkenburg
Albert Buursma

1980
1985

Tijdens de Pinksterdagen ligt de hele vissersvloot ‘gepavoiseerd’ (met vlaggen versierd) in de haven voor een vlootschouw. Het is een van de weinige dagen dat alle schepen tegelijk in de thuishaven liggen. Sinds de afsluiting van de Lauwerszee  in 1969 ligt de vloot voornamelijk in Lauwersoog.
Aan het mooiste schip wordt tijdens het evenement het predicaat ‘Koninginnenschip’ verleend. De schipper daarvan heeft de eer om de Garnalenkoningin en haar hofhouding dat jaar op te halen met zijn schip. [15] Bronvermelding
foobar
repelsteel

1960 Alli Bolt

Vroeger was alles anders..

In de eerste jaren van de  Zoutkamper Vlaggetjesdagen, tot 1969, lag Zoutkamp nog aan zee. De schepen gingen dan ook niet door de sluis om richting Oostmahorn te varen en de Garnalenkoningin te onthalen. In plaats daarvan werd koers gezet richting Electra. Vanaf het moment dat de sluisdeuren permanent open bleven in gekozen om naar het Lauwersmeer te varen, een salut naar de verdwenen zee.

De festiviteiten rondom Vlaggetjesdag beperkten zich tot de pinkstermaandag. Er was een kleine kermis met zweefmolen, er liep een muziekkorps door het dorp en er was gezelligheid in de kroegen.

De Garnalenkoningin, haar hofhouding en het koninginneschip en rest van de vloot zijn sinds de eerste editie wel een vaste waarde geweest.

De Garnalenkoningin moet voldoen aan een aantal eisen: ze moet in Zoutkamp geboren zijn of er wonen, tussen de 27 en 35 jaar oud zijn, affiniteit hebben met de visserij, zeevaart of Zoutkamp en tot slot niet verlegen en welbespraakt zijn. Dat laatste omdat ze bij terugkeer met het Koninginnenschip een rede moet houden over de garnalenvangst in het afgelopen jaar. Ook blikt ze vooruit naar de toekomst.

In de jaren 1977-1979 was er geen Garnalenkoningin. De festiviteiten waren indertijd op hun retour, maar werden weer nieuw leven ingeblazen door de in 1980 opgerichte Stichting Dorpsbelangen Zoutkamp. In 2001 kon het Pinksterfeest niet doorgaan vanwege de MKZ uitbraak en in 2020 én 2021 werd alles afgelast door covid-19.

In 1991 is Stichting Dorpsbelangen Zoutkamp opgesplitst in Stichting Vlaggetjesdag én Vereniging Dorpsbelangen Zoutkamp. Stichting Vlaggetjesdag is sindsdien de organisator van de Pinksterfeesten in Zoutkamp.

Oorsprong in andere visserijfeesten

Vlaggetjesdag is een feest dat in veel vissersplaatsen wordt gevierd. Het is oorspronkelijk de opening van het nieuwe visserij seizoen. Op de dagen direct volgend op Pinksteren voeren de eerste schepen uit om te gaan vissen op haring. In navolging van de andere vissersplaatsen, met name Scheveningen, werd ook in Zoutkamp vlaggetjesdag geïntroduceerd op de zaterdag voor Pinksteren.

Tegenwoordig is níet het uitvaren voor de haringvangst, maar de komst van de Hollandse Nieuwe de reden om het Scheveningse havengebied en de enkele daar nog liggende schepen op te sieren. Het eerste vaatje nieuwe haring wordt op een van de dagen, voorafgaand aan Vlaggetjesdag, te Scheveningen bij opbod verkocht. De opbrengst gaat naar een goed doel. Voor wat betreft Scheveningen is Vlaggetjesdag een naoorlogs gegeven; ze is aan het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan om aldus de verkoop van haring te stimuleren. Te Vlaardingen werd vooral de benaming Buisjesdag gehoord als synoniem van deze dag. Ze was, meer dan de Vlaggetjesdag te Scheveningen, van oudsher een traditie.

Te Scheveningen richtte men zich in de afgelopen jaren voor wat betreft de viering van Vlaggetjesdag – evenals vroeger – op de zaterdag vóór Pinksteren. Toen in 2006 bleek dat de haring op dit tijdstip nog niet voldoende vet was waardoor ze op dat moment niet kon worden aangevoerd, is men de keuze voor Vlaggetjesdag gaan verleggen naar een latere datum. Voor het eerst sinds de traditie van vlaggetjesdag werd vlaggetjesdag uitgesteld. Een en ander wordt jaarlijks bepaald door bij de haringvangst en haringhandel betrokken belanghebbenden. Ook enkele andere plaatsen in Nederland kennen een vorm van Vlaggetjesdag.

dr. K.H.Qué

Op bovenstaande foto staat de initiatiefnemer dr. H.K. Qué van de vlaggetjesdagen.
Deze foto is genomen tijdens de eerste vlaggetjesdag op pinkstermaandag 18 mei 1959.

https://www.levenderfgoedgroningen.nl/alle-verhalen/garnalenkoningin

https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/zoutkamp-vissermannen-en-garnalenkoninginnen

Sources